ASSICT Fondsenwerving

01

Buurtproject
Van speeltuin tot dorpsfeest: wij helpen jouw buurtinitiatief groeien.

01

Buurtproject
Van speeltuin tot dorpsfeest: wij helpen jouw buurtinitiatief groeien.

02

Cultuur en Educatie
Voor projecten die inspireren, verbinden en kennis delen.

02

Cultuur en Educatie
Voor projecten die inspireren, verbinden en kennis delen.

03

Jeugd, Zorg en Welzijn
Geef kinderen en jongeren de ruimte om zich te ontwikkelen

03

Jeugd, Zorg en Welzijn
Geef kinderen en jongeren de ruimte om zich te ontwikkelen

04

Duurzaam & Groen
Maak jouw omgeving groener, duurzamer en toekomstbestendig.

04

Duurzaam & Groen
Maak jouw omgeving groener, duurzamer en toekomstbestendig.

Wil je weten hoe wij te werk gaan? Bekijk onze korte animatie hieronder.

Onze missie

Samen werken aan impactvolle betrouwbare haalbare financiering

Wij geloven dat elk goed idee een kans verdient. Daarom helpen wij stichtingen, verenigingen en initiatieven met het vinden van de juiste fondsen – met persoonlijke aandacht, scherpe projectbegeleiding en kennis van het fondsenlandschap.


🎯 Maatwerk voor elk project

🤝 Samenwerking op basis van vertrouwen

📈 Gericht op resultaat én groei

🔍 Inzicht in kansen en fondsen

💬 Altijd heldere communicatie

Samen bouwen aan sterke projecten met de juiste ondersteuning

Samen bouwen aan buurtinitiatieven maatschappelijke projecten duurzame ideeën

Wij helpen stichtingen, verenigingen en lokale initiatieven aan financiering voor hun projecten. Van advies tot aanvraag: persoonlijk, professioneel en resultaatgericht.

Fondsenwerving
Van idee tot toekenning: wij zoeken het juiste fonds en zorgen dat jouw aanvraag klopt.
Project begeleiding
Wij denken mee, structureren je plan en bewaken de voortgang tot het binnen is.
Subsidieadvies
Liever subsidie dan fonds? Wij geven eerlijk advies over kansen en haalbaarheid.
Netwerk & Positionering
We helpen je om sterker voor de dag te komen bij fondsen en stakeholders.
Waarom voor ASSICT kiezen

Ontdek de kracht van maatwerk resultaat betrokkenheid

ASSICT begeleidt je van idee tot fondsaanvraag. Wij denken mee, structureren en realiseren. Zo maak jij maatschappelijke impact – met de juiste financiering.

Maatwerk & Meedenken
Wij luisteren écht naar jouw idee en organisatie. Geen standaard, maar begeleiding die past.
Van idee tot aanvraag
We begeleiden het hele traject: van plan tot aanvraag, van fondsselectie tot toekenning.
Ervaren & resultaat gericht
Met jarenlange ervaring en kennis van de fondsenwereld zorgen wij voor impact.
Eerlijk & betrokken
Heldere communicatie en realistische verwachtingen. Samen zetten we de schouders eronder.
ASSICT

Blog Update Feitjes Weetjes

Wij denken met je mee, brengen structuur aan en begeleiden je bij elke stap — zodat jouw project de beste kans van slagen krijgt.

Prinsjesdag 2026: wat betekent het voor uw fondsenwerving?

Op dinsdag 15 september 2026 is het Prinsjesdag. De Koning spreekt de Troonrede uit en het kabinet presenteert de Miljoenennota en Rijksbegroting voor 2027. Veel aandacht gaat die dag traditioneel naar koopkracht, belastingen en de grote politieke keuzes. Maar ook voor stichtingen, verenigingen en maatschappelijke organisaties is Prinsjesdag een belangrijk moment.

Want achter de miljarden en beleidsplannen gaat een praktische vraag schuil: waar wil de overheid het komende jaar geld aan besteden?

Voor organisaties die werken aan maatschappelijke projecten kan dat waardevolle informatie opleveren. Nieuwe beleidsprioriteiten kunnen later leiden tot subsidieregelingen, programma’s en andere financieringsmogelijkheden. Tegelijkertijd kunnen bestaande budgetten veranderen.

Prinsjesdag is daarom niet alleen politiek nieuws. Voor fondsenwerving is het vooral een moment om vooruit te kijken.

Wat gebeurt er op Prinsjesdag?

Prinsjesdag vindt ieder jaar plaats op de derde dinsdag van september. In 2026 is dat 15 september. De Koning opent het nieuwe parlementaire jaar met de Troonrede. Later die dag biedt de minister van Financiën de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan.

De Miljoenennota beschrijft de belangrijkste plannen en keuzes van het kabinet, wat deze kosten en hoe Nederland er financieel en economisch voorstaat. De Rijksbegroting bestaat uit de afzonderlijke begrotingen van de ministeries.

Daarmee ontstaat een beeld van waar de rijksoverheid in 2027 prioriteiten legt.

En juist dat maakt Prinsjesdag interessant voor fondsenwerving.

Waarom is Prinsjesdag relevant voor fondsenwerving?

Een subsidie ontstaat meestal niet zomaar.

Achter subsidieregelingen liggen maatschappelijke en politieke doelen. De overheid wil bijvoorbeeld iets bereiken op het gebied van welzijn, onderwijs, cultuur, duurzaamheid, gezondheid, leefbaarheid of participatie en stelt daarvoor middelen beschikbaar.

Op Prinsjesdag worden veel van die financiële en beleidsmatige keuzes zichtbaar.

Dat betekent overigens niet dat op 15 september direct een compleet overzicht klaarligt van alle subsidies die organisaties in 2027 kunnen aanvragen.

Wel geeft Prinsjesdag richting.

Voor maatschappelijke organisaties is het daarom verstandig om na Prinsjesdag niet alleen de krantenkoppen te lezen, maar vooral te kijken naar de beleidsgebieden die aansluiten bij hun eigen activiteiten.

Kijk niet alleen naar ‘meer of minder geld’

Een bedrag zegt op zichzelf nog weinig.

Stel dat er extra middelen beschikbaar komen voor een bepaald maatschappelijk thema. Dan betekent dat niet automatisch dat uw stichting daarvoor subsidie kan aanvragen.

Interessanter zijn vragen als:

  • Welke maatschappelijke problemen krijgen prioriteit?
  • Welke doelgroepen worden expliciet genoemd?
  • Welke resultaten wil het kabinet bereiken?
  • Welke ministeries krijgen hiervoor middelen?
  • Worden bestaande programma’s voortgezet, uitgebreid of juist verminderd?
  • Welke nieuwe beleidsprogramma’s worden aangekondigd?

Daar begint de vertaalslag van overheidsbeleid naar mogelijke financieringskansen.

Van Miljoenennota naar subsidieregeling

Een belangrijk onderscheid is dat de Rijksbegroting nog geen subsidiekalender is.

De begrotingsvoorstellen moeten door het parlement worden behandeld en goedgekeurd. Daarna vindt verdere uitvoering plaats via ministeries, uitvoeringsorganisaties en specifieke programma’s.

Voor fondsenwerving kunt u dit zien als een keten:

maatschappelijke opgave → beleidsprioriteit → beschikbaar budget → programma of regeling → concrete financieringsmogelijkheid

Niet iedere beleidsprioriteit eindigt in een subsidie die voor uw organisatie toegankelijk is. Maar wie de eerste stappen in die keten volgt, kan vaak eerder zien waar mogelijkheden ontstaan.

Dat is waardevoller dan pas gaan zoeken wanneer er toevallig ergens een aanvraagdeadline verschijnt.

Vijf dingen om na Prinsjesdag te controleren

Voor stichtingen en maatschappelijke organisaties adviseren we om na 15 september in ieder geval naar vijf zaken te kijken.

1. Welke thema’s sluiten aan bij uw organisatie?
Selecteer alleen beleidsontwikkelingen die werkelijk passen bij uw missie en projecten.

2. Verandert er iets binnen uw werkgebied?
Kijk bijvoorbeeld naar ontwikkelingen binnen zorg, welzijn, jeugd, onderwijs, cultuur, sport, duurzaamheid, leefbaarheid of participatie.

3. Worden nieuwe programma’s aangekondigd?
Een beleidsvoornemen kan een eerste aanwijzing zijn voor toekomstige financieringsmogelijkheden.

4. Wat gebeurt er met bestaande budgetten?
Niet alleen nieuwe middelen zijn interessant. Ook voortzetting, uitbreiding of vermindering van bestaande programma’s kan gevolgen hebben.

5. Wat betekent dit voor uw projecten in 2027?
Leg de beleidsontwikkelingen naast uw eigen projectplanning en financieringsbehoefte.

Daarmee maakt u van Prinsjesdag geen losse nieuwsmoment, maar onderdeel van uw fondsenwervingsstrategie.

Pas uw project niet aan om bij een subsidie te passen

Hier zit tegelijkertijd een belangrijke valkuil.

Wanneer nieuwe beleidsprioriteiten bekend worden, kan de neiging ontstaan om een bestaand project zo te herschrijven dat het bij een mogelijke subsidie lijkt te passen.

Dat is meestal geen sterke basis voor fondsenwerving.

De maatschappelijke behoefte, doelgroep en doelstelling van uw project moeten leidend blijven.

De betere vraag is:

Welke aangekondigde beleidsprioriteiten sluiten aantoonbaar aan op wat wij toch al willen bereiken?

Daar ontstaat een natuurlijke match tussen project en financier.

En hoe zit het met particuliere fondsen?

Prinsjesdag gaat primair over de financiën en plannen van de rijksoverheid. Particuliere vermogensfondsen bepalen hun eigen beleid.

Toch is het verstandig breder te kijken.

Maatschappelijke ontwikkelingen die hoog op de publieke agenda staan, spelen vaak ook bij gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en particuliere fondsen. Dat betekent niet dat zij automatisch het rijksbeleid volgen, maar het helpt wel om te begrijpen welke maatschappelijke vraagstukken de komende periode extra aandacht krijgen.

Een goede financieringsstrategie kijkt daarom verder dan één geldstroom.

Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van:

overheidssubsidies + particuliere fondsen + bedrijven/sponsoring + eigen middelen + andere bijdragen.

Welke mix passend is, hangt af van het project.

Maak van Prinsjesdag een vast moment in uw fondsenkalender

Fondsenwerving wordt sterker wanneer organisaties niet alleen reageren op deadlines, maar vooruitkijken.

Prinsjesdag kan daarvoor ieder jaar een vast controlemoment zijn.

Zet bijvoorbeeld in september een korte strategische sessie in de agenda:

VraagActie
Wat zijn onze belangrijkste projecten voor 2027?Projectportfolio actualiseren
Welke beleidsprioriteiten zijn relevant?Miljoenennota en relevante begrotingen bekijken
Waar zien we mogelijke financieringskansen?Longlist maken
Welke kansen passen werkelijk bij onze projecten?Selectie maken
Welke regelingen moeten we volgen?Fondsenkalender actualiseren
Wanneer moeten we voorbereiden?Interne deadlines bepalen

Zo wordt Prinsjesdag het startpunt van een proces in plaats van een nieuwsbericht dat na een paar dagen alweer uit beeld verdwijnt.

Prinsjesdag is een richtingaanwijzer, geen geldautomaat

Dat is misschien wel de belangrijkste conclusie.

Op 15 september weten we meer over de financiële en beleidsmatige koers van het kabinet voor 2027. Maar een aangekondigd budget is nog geen subsidie en een beleidsprioriteit is nog geen financiering voor uw project.

Voor succesvolle fondsenwerving zijn daarna nog steeds een goed projectplan, een realistische begroting, passende financiers en een overtuigende aanvraag nodig.

Gebruik Prinsjesdag daarom vooral als richtingaanwijzer: waar beweegt het beleid naartoe en waar sluit uw maatschappelijke project daar inhoudelijk op aan?

Wat betekent Prinsjesdag 2026 voor uw organisatie?

ASSICT volgt ontwikkelingen rondom subsidies en maatschappelijke financiering vanuit het perspectief van stichtingen en andere maatschappelijke organisaties.

Heeft u plannen voor 2027 en wilt u weten welke financieringsmogelijkheden daarbij passen? Dan is september een goed moment om uw projecten, begroting en fondsenstrategie naast de nieuwe beleidsontwikkelingen te leggen.

Want goede fondsenwerving begint niet bij de aanvraag.

Het begint met op tijd zien waar kansen ontstaan.

Veelgestelde vragen

Wanneer is Prinsjesdag 2026?

Prinsjesdag is in 2026 op dinsdag 15 september. Prinsjesdag vindt ieder jaar plaats op de derde dinsdag van september.

Wat wordt op Prinsjesdag bekendgemaakt?

Het kabinet presenteert de Miljoenennota en Rijksbegroting. Daarin staan de belangrijkste financiële plannen, beleidskeuzes en verwachte inkomsten en uitgaven voor het volgende jaar.

Worden op Prinsjesdag ook nieuwe subsidies bekendgemaakt?

Prinsjesdag geeft vooral inzicht in beleid en begrotingen. Dat betekent niet dat alle concrete subsidieregelingen voor 2027 op die dag direct kunnen worden aangevraagd. Concrete regelingen, voorwaarden en aanvraagperioden moeten afzonderlijk worden gevolgd.

Moet mijn stichting direct na Prinsjesdag actie ondernemen?

Het is vooral een goed moment om relevante ontwikkelingen te analyseren en uw financieringsplanning voor 2027 te actualiseren. Alleen wanneer er een concrete passende regeling beschikbaar is, wordt het tijd om een aanvraag voor te bereiden.

Na de zomervakantie weer vooruit: zo start u sterk met fondsenwerving in de tweede helft van 2026

Na de zomervakantie weer vooruit: zo start u sterk met fondsenwerving in de tweede helft van 2026

De zomervakantie loopt ten einde. Agenda’s vullen zich weer, besturen komen bijeen en plannen die voor de zomer zijn blijven liggen, komen opnieuw op tafel. Voor veel stichtingen en maatschappelijke organisaties is dit hét moment om vooruit te kijken: welke projecten willen we dit jaar nog realiseren en welke plannen moeten we nu al financieel voorbereiden voor 2027?

Juist voor fondsenwerving is de periode na de zomer belangrijk. Het najaar kent nieuwe aanvraagrondes en deadlines, terwijl goede fondsenwerving tijd vraagt. Een projectplan schrijven, een realistische begroting maken en passende fondsen selecteren doet u liever niet een paar dagen voor een deadline.

De belangrijkste boodschap voor september is daarom eenvoudig: wacht niet tot u geld nodig heeft, maar begin wanneer u nog tijd heeft om een goede aanvraag op te bouwen.

Waarom is het najaar belangrijk voor fondsenwerving?

September voelt voor veel organisaties als een tweede start van het jaar. De zomervakantie is voorbij en er zijn nog ongeveer vier maanden om resultaten te boeken.

Voor fondsenwerving komen daar twee zaken bij elkaar.

Enerzijds lopen of openen in het najaar verschillende aanvraagrondes. Anderzijds kijken organisaties zelf steeds meer vooruit naar hun activiteiten en projecten voor het volgende kalenderjaar.

Dat maakt augustus en september bij uitstek geschikt om de financieringsagenda opnieuw tegen het licht te houden.

De vraag is dus niet alleen:

“Voor welk project hebben we nu geld nodig?”

Een betere vraag is:

“Welke projecten willen we de komende 6 tot 12 maanden uitvoeren en wanneer moeten we daarvoor beginnen met de financiering?”

Dat verschil lijkt klein, maar kan in de praktijk veel betekenen.

Begin niet met zoeken naar geld, maar met uw project

Een veelgemaakte fout is om fondsenwerving te beginnen met een zoektocht naar fondsen.

“Welke fondsen kunnen ons geld geven?”

Dat is begrijpelijk, maar eigenlijk begint het proces een stap eerder.

Een fonds of subsidieverstrekker wil kunnen beoordelen wat u wilt bereiken, voor wie, waarom het nodig is en wat daarvoor nodig is.

Begin daarom met vijf eenvoudige vragen:

  1. Wat willen we realiseren?
  2. Voor wie doen we dat?
  3. Welk probleem of welke behoefte pakken we aan?
  4. Wat kost het project?
  5. Wanneer moet het project starten?

Als deze basis helder is, wordt het veel eenvoudiger om financiers te zoeken die daadwerkelijk bij het project passen.

Kijk verder dan alleen de laatste maanden van 2026

De verleiding is groot om na de zomervakantie vooral te kijken naar wat er vóór 31 december nog moet gebeuren.

Voor fondsenwerving is dat vaak te kort gedacht.

Projecten die in het voorjaar van 2027 moeten beginnen, kunnen betekenen dat de voorbereiding nu al moet starten.

Een goede aanvraag kan immers bestaan uit meer dan een aanvraagformulier. Denk aan een projectplan, activiteitenplanning, begroting, dekkingsplan, onderbouwing van de maatschappelijke behoefte, samenwerkingspartners en verschillende bijlagen.

Bovendien verschillen fondsen en subsidieregelingen sterk in hun aanvraag- en beoordelingstermijnen.

Maak daarom niet alleen een activiteitenplanning, maar ook een financieringsplanning.

PeriodeWat doet u?
Eind augustus / septemberProjecten inventariseren en prioriteiten bepalen
SeptemberProjectplannen en begrotingen aanscherpen
September / oktoberPassende fondsen en subsidies selecteren
NajaarAanvragen indienen volgens de betreffende deadlines
Najaar / winterNieuwe aanvragen voorbereiden en financieringsmix aanvullen
Richting 2027Vooruitkijken naar projecten en financieringsbehoefte voor het nieuwe jaar

Let daarbij altijd op de specifieke voorwaarden en actuele deadlines van het fonds of de subsidieregeling.

Vijf vragen voor uw eerste bestuursvergadering na de zomer

Fondsenwerving hoeft niet direct te beginnen met een uitgebreid strategiedocument.

Een bestuursvergadering of teamoverleg van een uur kan al voldoende zijn om de belangrijkste kansen en knelpunten boven tafel te krijgen.

Bespreek bijvoorbeeld deze vijf vragen:

1. Welke projecten willen we dit jaar nog realiseren?
Kijk niet alleen naar ideeën, maar vooral naar projecten waarvoor voldoende draagvlak en uitvoeringscapaciteit bestaat.

2. Welke projecten staan voor 2027 op de planning?
Maak ook plannen zichtbaar waarvoor de financieringsbehoefte pas later ontstaat.

3. Wat is al gefinancierd en waar zit nog een tekort?
Een projectbegroting zonder dekkingsplan geeft maar een deel van het beeld.

4. Welke aanvragen lopen al?
Voorkom dat aanvragen, toezeggingen en deadlines verspreid staan over mailboxen en persoonlijke agenda’s.

5. Welke projecten hebben nu prioriteit?
Niet ieder goed idee hoeft tegelijkertijd een fondsaanvraag te worden. Focus vergroot de kans dat aanvragen voldoende aandacht krijgen.

Controleer ook uw basisdocumenten

Het najaar is daarnaast een goed moment voor een kleine administratieve controle.

Zijn bijvoorbeeld de actuele statuten beschikbaar? Is het KvK-uittreksel nog bruikbaar wanneer een fonds daarom vraagt? Zijn het laatste jaarverslag en de jaarrekening beschikbaar? Klopt de projectbegroting? En zijn eventuele samenwerkingsafspraken voldoende uitgewerkt?

Welke documenten nodig zijn, verschilt per financier.

Toch geldt bijna altijd: een goed voorbereid dossier voorkomt haast wanneer zich een passende kans voordoet.

Zoek vervolgens naar de juiste financieringsmix

Niet ieder project past bij ieder fonds.

Een lokaal bewonersinitiatief vraagt om een andere financieringsstrategie dan een landelijk cultuurproject of een programma rondom jeugd, welzijn of duurzaamheid.

Kijk daarom niet alleen naar de hoogte van een mogelijke bijdrage. Let onder andere op:

  • doelstelling van de financier;
  • doelgroep;
  • geografisch werkgebied;
  • subsidiabele activiteiten en kosten;
  • minimale en maximale bijdrage;
  • vereiste eigen bijdrage of cofinanciering;
  • startdatum van het project;
  • aanvraagdeadline;
  • benodigde documenten;
  • beoordelings- en beslistermijn.

Een fonds met een hoge maximale bijdrage is niet automatisch het beste fonds voor uw project.

De beste financier is de financier waarvan de doelstellingen aantoonbaar aansluiten bij uw project.

September 2026 laat zien waarom vooruitkijken belangrijk is

Ook dit najaar zijn er regelingen met specifieke aanvraagvensters. Zo lopen in 2026 verschillende aanvraagperioden in augustus, september, oktober en later in het najaar.

Dat onderstreept waarom organisaties hun fondsenwerving beter niet uitsluitend kunnen organiseren wanneer er toevallig een aanvraagdeadline in beeld komt.

Wie pas bij het zien van een deadline begint met het schrijven van een projectplan, loopt het risico dat er onvoldoende tijd resteert voor een goede begroting, partnerschappen, bestuurlijke besluitvorming of noodzakelijke bijlagen.

Een fondsenkalender kan daarom een verrassend eenvoudig hulpmiddel zijn.

Zet daarin minimaal:

  • project;
  • benodigd bedrag;
  • mogelijke financier;
  • aanvraagperiode;
  • interne deadline;
  • verantwoordelijke persoon;
  • status van de aanvraag.

Zo wordt fondsenwerving een bestuurbaar proces in plaats van een reeks losse acties.

Een simpele septembercheck voor uw organisatie

Wilt u na de vakantie direct aan de slag? Begin dan met deze korte controle.

Projecten
☐ Onze belangrijkste projecten voor 2026 en 2027 zijn bekend.
☐ Per project is duidelijk welke maatschappelijke verandering we willen bereiken.
☐ De doelgroep is concreet beschreven.

Financiën
☐ Voor ieder prioritair project is een begroting beschikbaar of in voorbereiding.
☐ We weten welk deel al gedekt is.
☐ Het resterende financieringstekort is bekend.

Fondsenwerving
☐ Mogelijke fondsen en subsidieregelingen zijn geïnventariseerd.
☐ Deadlines en aanvraagmomenten staan in één overzicht.
☐ We weten welke aanvragen als eerste moeten worden voorbereid.

Organisatie
☐ De benodigde basisdocumenten zijn beschikbaar.
☐ Binnen bestuur of organisatie is duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
☐ Er is voldoende tijd ingepland voor het schrijven en controleren van aanvragen.

Kunt u meerdere vakjes nog niet aanvinken? Dan is dat geen probleem. Het betekent vooral dat dit het goede moment is om te beginnen.

Van goede voornemens naar een financierbaar plan

Na de zomer ontstaat vaak nieuwe energie. Ideeën die vóór de vakantie zijn besproken, worden weer opgepakt en nieuwe plannen ontstaan.

De kunst is om die energie om te zetten in concrete, financierbare projecten.

Een fonds financiert immers niet alleen een goed idee. Een financier wil kunnen begrijpen welke maatschappelijke behoefte er bestaat, wat u gaat doen, wie daarvan profiteert, wat het resultaat moet zijn en waarom de gevraagde bijdrage daarvoor nodig is.

Daarom begint succesvolle fondsenwerving niet met het versturen van zoveel mogelijk aanvragen.

Het begint met focus, voorbereiding en een project dat helder kan worden uitgelegd.

Klaar voor de tweede helft van 2026?

Heeft uw stichting of maatschappelijke organisatie plannen voor het najaar of voor 2027, maar is nog niet duidelijk welke fondsen en subsidies daarbij passen?

ASSICT kan samen met u kijken naar het project, de financieringsbehoefte en de mogelijke fondsen en subsidieregelingen. Zo ontstaat eerst een gerichte aanpak voordat tijd wordt besteed aan aanvragen die mogelijk onvoldoende aansluiten.

De zomer mag dan bijna voorbij zijn; voor een goed maatschappelijk project kan september juist het begin zijn.


Veelgestelde vragen

Wanneer moet ik beginnen met fondsenwerving voor een project in 2027?

Bij voorkeur ruim voordat het project moet starten. De benodigde voorbereiding en beoordelingstermijn verschillen sterk per fonds of subsidieregeling. Controleer bovendien altijd of een project al mag zijn gestart voordat een aanvraag wordt ingediend of beoordeeld.

Moet een projectplan klaar zijn voordat ik fondsen ga zoeken?

Niet noodzakelijk tot op ieder detail, maar de doelstelling, doelgroep, activiteiten, planning en globale begroting moeten voldoende duidelijk zijn om te kunnen beoordelen welke financiers passen.

Kan ik meerdere fondsen voor hetzelfde project benaderen?

Dat kan in veel situaties onderdeel zijn van een financieringsmix. Controleer wel per fonds welke voorwaarden gelden voor cofinanciering en vermeld andere aangevraagde of toegezegde financiering wanneer daarom wordt gevraagd.

Is september een goede maand om met fondsenwerving te beginnen?

Ja, vooral omdat organisaties na de zomer hun plannen voor het najaar en het volgende jaar kunnen inventariseren. Welke fondsen of subsidies daadwerkelijk beschikbaar zijn, hangt echter af van het project en de actuele openstellingen.

Hoe weet ik welk fonds bij mijn project past?

Kijk verder dan alleen het beschikbare bedrag. Vergelijk vooral doelstelling, doelgroep, regio, activiteiten, voorwaarden, deadlines en eventuele eisen aan eigen financiering met uw project.


Projecten rond sociale verbinding en mentale veerkracht

Mei is zo’n maand waarin veel samenkomt. Niet omdat we dat bedacht hebben, maar omdat het vanzelf gebeurt. Herdenken en vieren liggen dicht bij elkaar. Buurten komen weer naar buiten. Agenda’s raken voller, pleinen levendiger. En ondertussen zijn veel organisaties juist nu bezig met aanvragen, plannen en gesprekken over wat er na de zomer moet gebeuren.

Wij merken dat projecten rond sociale verbinding en mentale veerkracht in deze periode ineens concreet worden. Ideeën die eerder nog wat abstract waren, krijgen vorm. En dat is geen toeval.

Waarom mei werkt voor dit soort projecten

Er zit iets in de timing. Mensen staan meer open voor contact. De drempel om mee te doen ligt lager. Activiteiten hoeven minder “gemaakt” te worden; ze sluiten aan op wat er al speelt.

Denk aan een buurt die samenkomt rond een herdenkingsmoment. Of een wijkfeest waar nieuwe bewoners voor het eerst echt aansluiten. Dat zijn geen losse gebeurtenissen. Daar ontstaat ruimte voor gesprekken, herkenning, soms zelfs opluchting.

Projecten die hierop inspelen, voelen vaak natuurlijker. Niet geforceerd, maar passend bij het moment.

We zien bijvoorbeeld een initiatief waarbij jongeren en ouderen samen verhalen ophalen rond 4 en 5 mei. Dat begint klein, maar groeit snel. Niet omdat het groots is opgezet, maar omdat het raakt aan iets wat er al leeft.

Mentale veerkracht zit vaak in kleine dingen

Veel organisaties denken bij mentale veerkracht meteen aan grote programma’s of specialistische begeleiding. Terwijl juist de kleinere, toegankelijke activiteiten vaak het verschil maken.

Een wekelijkse wandeling. Een open inloop. Samen koken. Het zijn geen spectaculaire interventies, maar ze doen wel iets. Mensen komen weer in beweging. Letterlijk en figuurlijk.

Wat we daarbij vaak zien: projecten werken beter als ze niet te zwaar worden ingestoken. Zodra het “over mentale gezondheid” gaat, haken sommige mensen af. Maar als het gaat om ontmoeten, meedoen, ergens bij horen – dan ontstaat die veerkracht vanzelf.

Dat vraagt wel iets van hoe je het opschrijft in een aanvraag. Niet alles hoeft benoemd te worden zoals het bedoeld is. Soms is het juist sterker om het klein en herkenbaar te houden.

De rol van fondsen en gemeenten in deze periode

Mei is ook praktisch gezien een belangrijke maand. Veel fondsen zitten midden in beoordelingsrondes. Gemeenten kijken vooruit naar de tweede helft van het jaar. Nieuwe regelingen komen eraan, budgetten worden verdeeld.

Dat betekent dat plannen die nu worden ingediend, vaak precies op tijd zijn voor na de zomer. Maar dat vraagt wel om scherpte.

We zien regelmatig dat goede ideeën nét niet landen, omdat ze te algemeen blijven. “We willen sociale verbinding versterken” klinkt logisch, maar zegt weinig. Waar? Voor wie? Hoe ziet dat er concreet uit op een dinsdagmiddag in een wijk?

Juist in deze fase helpt het om het klein te maken. Eén plek, één doelgroep, één activiteit die werkt. Van daaruit kun je altijd opschalen.

Wat werkt in de praktijk (en wat niet)

We komen veel plannen tegen. Sommige blijven hangen op papier, andere krijgen echt voeten aan de grond. Het verschil zit zelden in het idee zelf.

Wat vaak wél werkt:

  • Aansluiten bij bestaande momenten (zoals activiteiten in mei)
  • Samenwerken met partijen die al zichtbaar zijn in de wijk
  • Ruimte laten voor informele ontmoeting
  • Niet alles dichttimmeren, maar ook iets laten ontstaan

Wat minder goed werkt:

  • Te grote beloftes doen in een vroege fase
  • Projecten volledig los zien van wat er al gebeurt
  • Alles willen meten en vastleggen voordat het begonnen is

Een voorbeeld dat ons bijblijft: een stichting die een groot programma wilde opzetten rond mentale veerkracht, met meerdere workshops en trajecten. Kreeg weinig draagvlak. Een paar maanden later kwamen ze terug met een simpel idee: een wekelijkse buurtlunch, gekoppeld aan gesprekken met een sociaal werker. Dat werd wél opgepakt. Minder ambitie op papier, maar veel sterker in de praktijk.

Nu is het moment om te schakelen

Voor organisaties die hiermee bezig zijn, is dit een fase waarin je kunt bijsturen. Niet alles hoeft af te zijn. Maar het moet wel duidelijk genoeg zijn om financiering te krijgen.

Kijk nog eens kritisch naar je plan:

  • Is het concreet genoeg?
  • Sluit het aan bij wat er nu speelt in de wijk?
  • Voelt het als iets waar mensen echt op zitten te wachten?

En misschien nog belangrijker: klopt het verhaal? Niet alleen inhoudelijk, maar ook in toon. Veel aanvragen zijn netjes, maar missen gevoel. Terwijl juist bij dit soort projecten het menselijke aspect doorslaggevend is.

Wij zeggen vaak: als je het zelf niet voor je ziet gebeuren, gaat een fonds dat ook niet doen.

Van idee naar uitvoering

De stap van plan naar uitvoering is vaak kleiner dan gedacht. Zeker in deze periode van het jaar. Er is al beweging, er zijn al momenten waarop mensen samenkomen.

Het helpt om daarop mee te liften in plaats van iets volledig nieuws neer te zetten.

Dat betekent niet dat je geen eigen project kunt starten. Maar wel dat je kijkt waar het landt. Soms zit de kracht juist in het verbinden van bestaande initiatieven, in plaats van het toevoegen van nóg iets.

En daar zit ook meteen de kans richting fondsen en gemeenten. Projecten die laten zien dat ze ingebed zijn in de praktijk, hebben simpelweg een grotere kans van slagen.


Werk je aan een project rond sociale verbinding of mentale veerkracht en merk je dat het nog niet helemaal scherp is? Of twijfel je of je aanvraag sterk genoeg is voor deze ronde?

We kijken graag met je mee. Soms zit de oplossing niet in meer uitwerken, maar juist in anders kijken. Je kunt ons bereiken via het contactformulier: https://www.assict.nl/contact/

9 mei – Dag van Europa

9 mei voelt voor veel organisaties nog steeds als “iets Europees”. Iets van Brussel, beleid, vlaggen en speeches. Maar eerlijk gezegd: wij merken dat de betekenis van de Dag van Europa de afgelopen jaren dichterbij is gekomen. Niet door idealisme, maar door realiteit.

Geopolitiek schuurt. Veiligheid staat weer op de agenda. Energie, economie, afhankelijkheid – het zijn geen abstracte thema’s meer. En precies daar zit ook een kans voor maatschappelijke organisaties en fondsenwerving.

Europese samenwerking is geen ver-van-je-bed-show meer

Wat wij vaak zien: projecten worden nog te lokaal gepositioneerd. Begrijpelijk. Een buurthuis richt zich op de wijk. Een stichting op een stad of regio. Maar fondsen – zeker grotere fondsen en Europese programma’s – kijken steeds vaker naar het grotere plaatje.

Hoe draagt een initiatief bij aan weerbaarheid? Aan samenwerking over grenzen heen? Aan minder afhankelijkheid?

Een simpel voorbeeld.
Een lokaal energieproject dat bewoners helpt met isolatie en bewust energiegebruik. Op papier een wijkinitiatief. Maar in de huidige context raakt het aan energie-onafhankelijkheid, een thema dat op Europees niveau volop speelt.

En precies daar ontstaat ruimte in fondsenwerving.

Van lokaal idee naar Europees verhaal

Het verschil zit zelden in het project zelf. Het zit in hoe het wordt verteld.

We zien aanvragen voorbij komen die technisch goed zijn, maar te klein denken in hun framing. Terwijl dezelfde aanvraag, iets anders gepositioneerd, ineens veel beter aansluit bij grotere fondsen.

Niet door het op te blazen.
Wel door het eerlijk te verbinden aan bredere ontwikkelingen.

Bijvoorbeeld:

  • Een jongerenproject rond mediawijsheid → koppelen aan desinformatie en democratische weerbaarheid
  • Een zorginitiatief → verbinden met grensoverschrijdende samenwerking of kennisdeling
  • Een werkgelegenheidsproject → plaatsen binnen economische veerkracht in Europa

Het project verandert niet. Het perspectief wel.

Veiligheid en autonomie als nieuwe thema’s

Waar fondsen een paar jaar geleden vooral focusten op duurzaamheid en inclusie, zien we nu een verschuiving. Die thema’s zijn er nog steeds, maar krijgen een nieuwe laag.

Veiligheid.
Strategische autonomie.
Weerbaarheid van samenlevingen.

Dat klinkt groot. Maar het vertaalt zich verrassend concreet.

Een gemeente die investeert in lokale voedselinitiatieven raakt aan voedselzekerheid.
Een stichting die digitale vaardigheden vergroot, draagt bij aan minder afhankelijkheid van externe systemen.
Een regionaal samenwerkingsproject versterkt bestuurlijke slagkracht.

Dit zijn precies de lijnen waar Europese fondsen en ook nationale subsidieverstrekkers op aanhaken.

De kracht van samenwerking (echt samenwerken)

“Europese samenwerking” wordt vaak gelezen als: partners zoeken in andere landen. En ja, dat kan waardevol zijn. Maar samenwerking begint meestal dichterbij.

Wat wij regelmatig tegenkomen: organisaties die eigenlijk al samenwerken, maar dat nauwelijks benoemen.

Een welzijnsorganisatie die samenwerkt met een gemeente en een school.
Een stichting die kennis deelt met een vergelijkbaar initiatief in België.
Een netwerk van lokale partners rond één project.

Dat is samenwerking. En dat is precies wat fondsen willen zien.

De stap die vaak ontbreekt: het expliciet maken.

Waarom werken jullie samen?
Wat levert het op dat je alleen niet bereikt?
Hoe draagt dit bij aan een groter geheel?

Dat verhaal maakt het verschil tussen “een goed idee” en “een sterk voorstel”.

Timing: waarom 9 mei juist nu relevant is

De Dag van Europa is geen marketingmoment. Maar het is wel een logisch haakje.

Niet om een vlaggetje toe te voegen aan je communicatie, maar om je verhaal scherper te maken.

Want de vragen die nu spelen – veiligheid, samenwerking, autonomie – verdwijnen niet na 9 mei. Ze blijven de komende jaren richting geven aan beleid en financiering.

Organisaties die dat nu al meenemen in hun positionering, lopen simpelweg voor.

Wat betekent dit concreet voor je aanvraag?

We houden het graag praktisch. Dit zijn de punten waar wij het vaak zien misgaan – en waar het relatief eenvoudig beter kan:

  • Het project wordt te geïsoleerd beschreven
  • De bredere context ontbreekt of blijft oppervlakkig
  • Samenwerkingen worden genoemd, maar niet uitgewerkt
  • De impact wordt alleen lokaal uitgelegd

Terwijl je met kleine aanpassingen al veel sterker staat.

Niet door ingewikkelder te schrijven.
Juist door scherper te verbinden.

Een kleine verschuiving met groot effect

Wat ons betreft is dit de kern: fondsenwerving draait niet alleen om wat je doet, maar om hoe je het plaatst in de wereld van nu.

En die wereld is veranderd.

De Dag van Europa laat dat misschien symbolisch zien, maar in de praktijk merken we het dagelijks in aanvragen, beoordelingscriteria en gesprekken met fondsen.

Organisaties die hun verhaal weten te verbinden aan die grotere beweging, vallen simpelweg meer op. Niet omdat ze beter zijn, maar omdat ze beter aansluiten.

Hulp nodig bij het vertalen van jouw project?

We merken dat veel organisaties dit lastig vinden. Niet omdat het project niet goed is, maar omdat het vertalen naar de juiste context tijd en ervaring vraagt.

Wil je sparren over hoe jouw initiatief beter kan aansluiten bij actuele thema’s en fondsen? Of twijfel je of je aanvraag scherp genoeg is?

Neem gerust contact met ons op via:
https://www.assict.nl/contact/

Bevrijdingsdag in een veranderende wereld

Bevrijdingsdag voelt voor veel mensen als iets vanzelfsprekends. Een dag van festivals, muziek en vrijheid. Maar wie iets langer stilstaat, merkt dat de betekenis verschuift. Zeker nu. De wereld om ons heen is onrustiger geworden, en dat sijpelt door in hoe we in Nederland naar veiligheid en vrijheid kijken.

Wij zien dat organisaties daar steeds vaker mee worstelen. Niet omdat ze het onderwerp willen vermijden, maar juist omdat het ineens dichterbij komt.

Vrijheid is minder abstract geworden

Een paar jaar geleden werd vrijheid vaak breed en algemeen benoemd. Belangrijk, maar soms ook wat afstandelijk. Inmiddels is dat anders.

Oorlog in Europa, spanningen tussen grootmachten, discussies over veiligheid en polarisatie in de samenleving — het maakt dat vrijheid niet meer alleen een historisch begrip is. Het leeft.

Dat merk je ook lokaal. In gesprekken in buurthuizen, op scholen, tijdens bijeenkomsten rond 4 en 5 mei. Mensen leggen sneller de link tussen toen en nu. Soms voorzichtig, soms uitgesproken.

Projecten die hierop inspelen, hebben meer diepgang dan voorheen. Maar dat vraagt ook om zorgvuldigheid.

Herdenken en vieren liggen dichter bij elkaar

Wat we vaak zien: organisaties behandelen herdenken en vieren nog als twee losse momenten. Eerst de stilte, dan het feest. Terwijl juist de verbinding ertussen steeds relevanter wordt.

De vraag die onder beide momenten ligt, is eigenlijk dezelfde: wat betekent vrijheid vandaag?

Een wijkinitiatief dat wij recent tegenkwamen, bracht bewoners samen voor een gezamenlijke maaltijd op 5 mei, voorafgegaan door gesprekken over familiegeschiedenissen. Niet zwaar, niet belerend, maar wel betekenisvol. Mensen gingen anders naar huis dan ze kwamen.

Dat soort initiatieven werken, omdat ze ruimte geven. Niet alles hoeft uitgesproken te worden, maar het mag er wel zijn.

Veiligheid als gespreksonderwerp

Naast vrijheid komt ook veiligheid nadrukkelijker naar voren. En dat is ingewikkelder.

Voor de één gaat veiligheid over internationale dreiging. Voor de ander over sociale veiligheid in de eigen buurt. Of over online polarisatie, uitsluiting, wantrouwen richting overheid.

Wij merken dat projecten sterker worden wanneer ze die verschillende lagen erkennen, zonder het te willen oplossen in één verhaal.

Een goed voorbeeld is een jongerenproject waarbij thema’s als vrijheid, identiteit en veiligheid samenkomen in creatieve workshops. Geen politieke discussies, maar ruimte om ervaringen te delen. Dat verlaagt de drempel enorm.

Wat minder goed werkt, zijn projecten die te snel een standpunt willen innemen. Dan wordt het gesprek smaller in plaats van breder.

De rol van organisaties: verbinden zonder te sturen

Voor stichtingen, gemeenten en maatschappelijke organisaties ligt hier een subtiele rol. Je wilt ruimte bieden voor gesprek, maar niet bepalen wat mensen moeten denken.

Dat vraagt om een andere houding dan we soms gewend zijn. Minder zenden, meer faciliteren.

We zien dat dit in de praktijk best spannend kan zijn. Zeker als thema’s gevoelig liggen. Maar juist daar zit de waarde. Niet in het perfecte programma, maar in het echte gesprek.

En dat hoeft niet groots. Soms begint het met een kleine setting waarin mensen zich veilig genoeg voelen om iets te delen.

Wat betekent dit voor projecten en aanvragen?

In deze tijd is het niet genoeg om vrijheid alleen als thema te benoemen. Fondsen en gemeenten kijken steeds vaker naar de actualiteit en relevantie.

Dat betekent niet dat je geopolitiek moet analyseren in je aanvraag. Maar wel dat je laat zien dat je begrijpt wat er speelt.

Een plan dat alleen verwijst naar “het vieren van vrijheid” blijft snel aan de oppervlakte. Terwijl een project dat laat zien hoe vrijheid en veiligheid nu ervaren worden in een wijk, veel sterker staat.

We adviseren organisaties vaak om het dichtbij te houden:

  • Wat speelt er lokaal?
  • Welke groepen voelen zich betrokken of juist niet?
  • Waar zit spanning, waar zit verbinding?

Daar zit het verhaal.

Vrijheid vraagt onderhoud

Misschien is dat wel de belangrijkste verschuiving. Vrijheid wordt minder gezien als iets wat “er gewoon is”, en meer als iets dat aandacht nodig heeft.

Niet alleen op 5 mei, maar het hele jaar door.

Projecten die dat laten zien, zonder zwaar te worden, maken impact. Ze helpen mensen om zich weer te verhouden tot elkaar en tot de samenleving.

En dat is precies waar veel fondsen en gemeenten naar zoeken: initiatieven die niet alleen iets organiseren, maar ook iets in beweging brengen.


Werk je aan een project rond Bevrijdingsdag, vrijheid of veiligheid en merk je dat het lastig is om de juiste toon of invalshoek te vinden? We denken graag met je mee.

Soms zit de kracht niet in meer uitleg, maar in scherper maken wat je al hebt. Je kunt ons bereiken via het contactformulier: https://www.assict.nl/contact/

De dag na Koningsdag: wat blijft er over?

De dag na Koningsdag is altijd een beetje vreemd. De straten zijn leger, hier en daar nog wat oranje slingers die half loshangen, bekers op de stoep. De energie van de dag ervoor is weggezakt. Wat overblijft, is stilte. En eerlijk gezegd: dat is precies waar iets interessants gebeurt.

Wij merken dat deze dag vaak wordt overgeslagen in plannen en projecten. Terwijl het juist een moment is waarop je iets kunt doen met wat er net is gebeurd.

Van uitbundigheid naar rust

Koningsdag draait om samenkomen. Mensen zoeken elkaar op, vaak laagdrempelig. Je spreekt buren die je normaal alleen groet. Kinderen verkopen spullen op een kleedje, ouders blijven hangen voor een praatje.

Maar de dag erna is anders. De prikkels zijn weg. Voor sommige mensen voelt dat als opluchting, voor anderen juist als een leegte.

Dat contrast wordt zelden benut. Terwijl daar precies een kans ligt.

De dag erna is eerlijker

Op Koningsdag zelf is alles een beetje opgeblazen. Gezelligheid is bijna verplicht. De sfeer wordt gemaakt, soms ook geforceerd.

De dag erna is dat weg. Wat overblijft, is hoe mensen zich echt voelen.

We zien bijvoorbeeld dat buurtcentra die op die dag open zijn, een ander soort gesprek krijgen. Kleiner, rustiger, maar vaak oprechter. Mensen die gisteren nog meededen aan de drukte, komen nu even binnen voor koffie. Niet voor een activiteit, maar gewoon om te landen.

Dat zijn momenten waarop sociale verbinding verdiept, zonder dat het zo wordt genoemd.

Mentale veerkracht zit ook in de nasleep

Veel projecten richten zich op piekmomenten. Logisch, daar is zichtbaarheid. Maar mentale veerkracht bouw je niet in de piek, die zit juist in wat daarna komt.

De dag na Koningsdag is zo’n moment van overgang. Van drukte naar rust. Van buiten naar binnen.

Voor sommige doelgroepen is dat een kwetsbaar moment. Denk aan mensen die zich tijdens het feest onderdeel voelen, maar daarna weer alleen zijn. Of jongeren die na een intensieve dag in een dip terechtkomen.

Een simpele activiteit op deze dag kan dan meer betekenen dan een groot evenement een dag eerder.

Wat werkt op “the day after”

We hebben een paar initiatieven gezien die hier slim op inspelen. Niet groots, juist bewust klein gehouden.

Een wijkorganisatie die de ochtend na Koningsdag een gezamenlijke opruimactie organiseert, gevolgd door koffie. Het begint praktisch, maar eindigt in gesprekken.

Een jongerencentrum dat geen feest organiseert op Koningsdag zelf, maar juist de dag erna open is voor een rustige inloop. Muziek zachter, geen programma, gewoon ruimte.

Of een bewonersinitiatief dat mensen uitnodigt om restjes eten te delen. Niet gepland als evenement, maar ontstaan vanuit wat er nog over is.

Wat al deze voorbeelden gemeen hebben: ze sluiten aan op het moment. Ze forceren niets.

Waarom dit ook interessant is voor fondsen en gemeenten

Voor veel financiers draait het nog vaak om zichtbare impact. Aantallen, bereik, activiteit. Begrijpelijk, maar niet altijd volledig.

De waarde van dit soort “tussenmomenten” is moeilijker te meten, maar vaak groter dan gedacht.

Wij zien dat plannen sterker worden wanneer ze niet alleen focussen op de piek, maar ook op de overgang erna. Dat laat zien dat je begrijpt hoe mensen bewegen, niet alleen fysiek maar ook mentaal.

Zeker in combinatie met bredere thema’s zoals sociale verbinding en mentale veerkracht, kan dit het verschil maken in een aanvraag.

Niet door het groot te maken, maar juist door het klein en raak te houden.

Even niets moeten

Misschien is dat wel de kern van deze dag. Er hoeft even niets.

En juist daarin ontstaat ruimte. Voor reflectie, voor ontmoeting, voor herstel.

Projecten die dat durven toe te laten, zonder het meteen te willen vullen, sluiten vaak beter aan bij wat mensen nodig hebben.

Dat vraagt soms om loslaten. Minder programmeren, meer laten gebeuren.

Maar precies daar zit vaak de echte impact.


Werk je aan een project rond Koningsdag of sociale verbinding en merk je dat je vooral focust op het evenement zelf? Kijk dan ook eens naar de dag erna.

Wij denken graag met je mee over hoe je die momenten kunt benutten in je plan of aanvraag. Je kunt ons bereiken via het contactformulier: https://www.assict.nl/contact/

Maart als startmoment voor nieuwe projecten

Maart voelt voor veel organisaties als het echte begin van het jaar. Niet januari, maar nu. De dagen worden langer, de energie komt terug en ineens ontstaan er weer ideeën voor nieuwe projecten. Dat is geen toeval. Nieuwe projecten starten in maart past bij wat deze periode al eeuwen symboliseert: groei, vernieuwing en opnieuw beginnen.

We merken het ieder jaar opnieuw bij stichtingen, gemeenten en initiatiefgroepen. In de winter wordt er nagedacht, maar in maart komt de beweging.

Waarom maart vaak het moment is voor nieuwe projecten starten

Maart staat in veel tradities voor wedergeboorte. De lente begint, de natuur komt op gang en rond 20 of 21 maart is de lente-equinox: dag en nacht even lang. Dat moment wordt gezien als balans, maar ook als een nieuw begin.

Dat gevoel zien we ook terug in de praktijk.

In maart krijgen organisaties vaak weer zin om plannen uit te werken die al langer op de plank liggen. Subsidierondes gaan open, fondsen publiceren nieuwe regelingen en teams hebben weer ruimte om vooruit te kijken.

We horen regelmatig:

  • “We willen dit jaar echt iets nieuws doen.”
  • “We hebben een idee, maar het ligt al maanden stil.”
  • “Nu is het moment om het op te pakken.”

Dat zijn typische maart-signalen.

Meer energie, meer ideeën, maar nog geen plan

Veel mensen ervaren in maart meer energie. Dat zie je ook bij projectgroepen. Er wordt opgeruimd, opnieuw georganiseerd en er ontstaan nieuwe plannen.

Dat lijkt op de bekende voorjaarsschoonmaak, maar dan op organisatieniveau.

Bestuurders willen opnieuw kijken naar hun doelen.
Projectleiders willen eindelijk dat ene plan uitvoeren.
Gemeenten willen nieuwe initiatieven stimuleren.

Alleen gebeurt er daarna iets wat we vaak zien: het idee is er, maar het plan nog niet.

En zonder goed plan komt een project zelden van de grond.

Nieuwe projecten starten vraagt om structuur

Een nieuw begin voelt spontaan, maar een subsidieaanvraag is dat niet. Fondsen en regelingen kijken niet naar enthousiasme, maar naar onderbouwing.

We zien vaak dat organisaties in maart beginnen met:

  • brainstormen
  • losse ideeën opschrijven
  • partners bellen
  • plannen bespreken in het bestuur

Dat is goed, maar er mist vaak een stap ertussen.

Wat wil je precies bereiken?
Wie doet mee?
Wat kost het?
Welke regeling past erbij?
Wanneer moet je indienen?

Juist in deze fase kan een goed uitgewerkt projectplan het verschil maken tussen een idee en een toegekende subsidie.

De lente-equinox als moment van balans in projecten

De symboliek van de equinox – balans tussen licht en donker – past eigenlijk perfect bij hoe projecten zouden moeten starten.

Te veel enthousiasme zonder plan werkt niet.
Te veel regels zonder idee ook niet.

We proberen daarom altijd balans te vinden tussen:

  • ambitie en haalbaarheid
  • creativiteit en subsidievoorwaarden
  • snelheid en voorbereiding

Organisaties die die balans vinden, hebben vaak meer kans op financiering en minder stress tijdens het traject.

Waarom veel subsidieaanvragen juist in het voorjaar ontstaan

In de praktijk zien we dat een groot deel van de nieuwe aanvragen in het voorjaar wordt voorbereid.

Dat komt doordat:

  • nieuwe subsidieregelingen bekend worden
  • jaarplannen definitief worden
  • samenwerkingen opnieuw worden opgepakt
  • budgetten duidelijker zijn

Maart is daardoor een logische maand om nieuwe projecten te starten, maar ook een maand waarin het snel druk wordt.

Wie te lang wacht, mist vaak deadlines.

Goede voornemens 2.0 voor stichtingen en gemeenten

In januari worden plannen gemaakt.
In maart worden ze uitgevoerd.

We zien het elk jaar opnieuw. In januari is iedereen nog bezig met afronden, rapporteren en opstarten. In maart komt er ruimte om vooruit te kijken.

Dat is het moment waarop organisaties besluiten:

  • een nieuw sociaal project te starten
  • een buurtinitiatief uit te breiden
  • een subsidie aan te vragen
  • een samenwerking op te zetten
  • een oud plan nieuw leven in te blazen

Dat past precies bij waar maart voor staat: vernieuwing.

Alleen hoeft dat niet alleen op gevoel te gebeuren. Met een goede voorbereiding kan zo’n start veel sterker worden.

Nieuwe projecten starten zonder vast te lopen

Wat we vaak zien, is dat organisaties wel beginnen maar onderweg vastlopen. Niet door gebrek aan inzet, maar doordat het plan niet scherp genoeg was.

Een fonds wil duidelijk zien:

  • wat het probleem is
  • wat de oplossing is
  • wie er betrokken zijn
  • wat het resultaat wordt
  • waarom dit project nu nodig is

Dat vraagt om structuur, en juist daar gaat het vaak mis wanneer een project snel wordt opgestart.

Maart is een mooi moment om te beginnen, maar ook een goed moment om het meteen goed te doen.

Een nieuw begin is het sterkst met een goed plan

De symboliek van maart — groei, hoop, nieuwe plannen — past verrassend goed bij hoe projectontwikkeling werkt. Eerst ontstaat het idee, daarna komt de beweging, en pas daarna komt de uitvoering.

Organisaties die die volgorde aanhouden, hebben meestal meer succes met subsidies en fondsen.

Wij helpen regelmatig bij het uitwerken van plannen die al lang in iemands hoofd zaten, maar nog nooit goed op papier stonden. Juist in het voorjaar zien we dat daar veel behoefte aan is.

Wil je een nieuw project starten, een subsidie aanvragen of een idee verder uitwerken? Dan kunnen we meekijken, meeschrijven of het traject begeleiden.
Via ons contactformulier kun je eenvoudig overleggen wat er speelt:
https://www.assict.nl/contact/

Fondsenwerving – Internationale Vrouwendag: Emancipatie meer dan een symbolisch moment

Internationale Vrouwendag is ieder jaar weer een moment waarop we stilstaan bij de positie, kracht en betekenis van vrouwen in de samenleving. Voor veel organisaties voelt het echter niet als iets dat maar één dag per jaar speelt. In de praktijk zien we dat initiatieven die zich inzetten voor vrouwen, meisjes en gelijke kansen het hele jaar door bezig zijn om hun plannen rond te krijgen, financiering te vinden en projecten daadwerkelijk uit te voeren. Juist daarom kan fondsenwerving rond Internationale Vrouwendag een waardevol moment zijn, mits het niet blijft bij symboliek.

Wij merken vaak dat organisaties mooie ideeën hebben voor activiteiten, projecten of programma’s rondom vrouwenemancipatie, maar dat het lastig blijkt om daar structureel middelen voor te vinden. Dat is zonde, want fondsen en subsidieregelingen staan juist open voor initiatieven die bijdragen aan participatie, veiligheid, onderwijs en gelijke kansen.

Waarom fondsenwerving rond Internationale Vrouwendag kansrijk is

Fondsen zoeken projecten met maatschappelijke betekenis. Projecten die aansluiten bij thema’s zoals inclusie, participatie, armoedebestrijding, onderwijs of gezondheid hebben vaak een grotere kans op financiering. Activiteiten rondom vrouwen en meisjes raken vaak meerdere van deze thema’s tegelijk.

Internationale Vrouwendag biedt daarbij een herkenbaar kader. Fondsen zien dat organisaties aansluiten bij een breed gedragen maatschappelijk moment, waardoor een aanvraag sterker kan overkomen. Dat betekent niet dat een project alleen op die dag moet plaatsvinden, maar wel dat het thema duidelijk verbonden is met een groter verhaal.

We zien bijvoorbeeld regelmatig dat organisaties een bijeenkomst organiseren, maar vergeten om het bredere doel goed te beschrijven. Een fonds wil niet alleen weten wat er op 8 maart gebeurt, maar vooral wat het oplevert voor de doelgroep op de lange termijn.

Van waardering naar concrete projecten

Internationale Vrouwendag gaat over respect, gelijkwaardigheid en kansen. Dat zijn grote woorden, maar fondsen willen ze vertaald zien naar concrete activiteiten.

Denk bijvoorbeeld aan projecten zoals:

  • trainingen voor vrouwen met afstand tot de arbeidsmarkt
  • ontmoetingsprogramma’s voor alleenstaande moeders
  • workshops over financiële zelfredzaamheid
  • activiteiten voor meisjes in techniek of sport
  • projecten rond veiligheid, femicide en weerbaarheid
  • initiatieven voor vrouwen met een migratieachtergrond

Wat deze projecten gemeen hebben, is dat ze niet alleen vieren, maar ook versterken. En juist dat maakt ze interessant voor fondsen.

Wij zien in de praktijk dat aanvragen sterker worden wanneer organisaties duidelijk maken wat er verandert door het project. Niet alleen hoeveel mensen meedoen, maar wat het hen oplevert.

Het verhaal achter het project maakt het verschil

Bij fondsenwerving draait het niet alleen om cijfers of plannen. Het verhaal achter een initiatief weegt vaak net zo zwaar.

Internationale Vrouwendag gaat over erkenning. Over de kracht van vrouwen die soms in stilte doorgaan, verantwoordelijkheid dragen en tegelijk zorgen voor anderen. Wanneer een aanvraag dat menselijke verhaal laat zien, wordt het voor een fonds makkelijker om te begrijpen waarom het project nodig is.

We adviseren organisaties daarom vaak om voorbeelden uit de praktijk te gebruiken. Een situatie die herkenbaar is. Een probleem dat echt speelt zoals “Wij eisen de nacht op, laat vrouwen veilig thuiskomen”. Een verandering die zichtbaar kan worden.

Dat hoeft niet groot te zijn, de impact is belangrijk. Soms is een klein lokaal project juist overtuigend, omdat het dichtbij mensen staat.

Veelgemaakte fout bij subsidieaanvragen rond themadagen

Wat we regelmatig tegenkomen, is dat een aanvraag te veel gericht is op de dag zelf en te weinig op het doel erachter.

Een activiteit organiseren omdat het Internationale Vrouwendag is, is niet genoeg. Een fonds wil weten:

  • waarom dit project nodig is
  • wie er beter van wordt
  • wat er na afloop blijft bestaan
  • hoe het past binnen breder beleid of doelstellingen

Wanneer dat ontbreekt, wordt een aanvraag al snel gezien als een losse activiteit in plaats van een maatschappelijk project.

Juist door het thema te verbinden aan langere termijn doelen wordt fondsenwerving rond Internationale Vrouwendag een stuk kansrijker.

Samenwerking vergroot de kans op financiering

Een ander punt dat we vaak zien, is dat organisaties alleen een aanvraag doen terwijl samenwerking juist voordeel kan opleveren.

Gemeenten, welzijnsorganisaties, scholen en stichtingen werken vaak aan dezelfde doelen. Wanneer een project gezamenlijk wordt opgezet, laat dat zien dat het initiatief breder gedragen wordt. Fondsen zien dat als een teken dat het project meer impact kan hebben.

Bij projecten rond vrouwenemancipatie werkt samenwerking vaak goed, omdat het onderwerp meerdere beleidsterreinen raakt: onderwijs, zorg, participatie, integratie en jeugd.

Een aanvraag die dat verband laat zien, staat meestal sterker.

Internationale Vrouwendag als startpunt, niet als eindpunt

Wat ons betreft is Internationale Vrouwendag geen eindpunt, maar een logisch startmoment voor nieuwe initiatieven. Ieder jaar is 8 maart een dag waarop aandacht ontstaat, gesprekken beginnen en plannen vorm krijgen.

Juist dan kan fondsenwerving helpen om ideeën verder te brengen. Niet alleen om een bijeenkomst te organiseren, maar om iets op te bouwen dat langer blijft bestaan.

We zien vaak dat organisaties pas laat beginnen met zoeken naar financiering, terwijl een goed voorbereide aanvraag juist tijd nodig heeft. Wie eerder start, heeft meer mogelijkheden en kan gerichter zoeken naar fondsen die echt passen bij het project.

Hulp nodig bij fondsenwerving rond Internationale Vrouwendag?

Wij begeleiden regelmatig stichtingen, gemeenten en maatschappelijke organisaties bij het opzetten van projecten en het schrijven van subsidie- en fondsaanvragen. Zeker bij thema’s zoals vrouwenemancipatie, participatie en sociale ontwikkeling zien we dat een goed onderbouwde aanvraag het verschil maakt.

Heeft u plannen voor een project rond Internationale Vrouwendag, of zoekt u financiering voor een initiatief dat vrouwen ondersteunt of versterkt?
Via ons contactformulier denken wij graag met u mee over de mogelijkheden:
https://www.assict.nl/contact/


Maart roert zijn staart in fondsenwerving

“Maart roert zijn staart” hoor je vaak als het weer omslaat. Zon, hagel, wind – soms allemaal op één dag. In fondsenwerving werkt het eigenlijk net zo. Juist in deze periode zien we hoe plannen kunnen schuiven, deadlines ineens opspelen en begrotingen onder druk komen te staan.

Voor stichtingen en ANBI’s is maart vaak geen rustige maand. Het eerste kwartaal loopt af, subsidierondes sluiten, jaarverslagen moeten worden afgerond en nieuwe projecten staan al te trappelen. Dat maakt het een maand waarin flexibiliteit het verschil maakt.

Waarom maart roert zijn staart in fondsenwerving

Veel fondsen hanteren deadlines in het voorjaar. Gemeenten stellen subsidieplafonds vast. Besturen willen duidelijkheid voordat de zomerperiode aanbreekt. Tegelijkertijd merken wij dat organisaties nog bezig zijn met de financiële afronding van het vorige jaar.

Dat schuurt.

We zien het regelmatig: een goed projectidee ligt klaar, maar de onderbouwing mist nog scherpte. De begroting is globaal. Of er is nog geen duidelijke planning. En dan komt die deadline ineens snel dichterbij.

Maart is dan het moment waarop alles tegelijk lijkt te bewegen. Net als het weer.

Onrust in planning en cashflow

Een ander effect van “maart roert zijn staart in fondsenwerving” zit in de liquiditeit.

Veel organisaties draaien in het eerste kwartaal nog op resterende middelen van het vorige jaar. Nieuwe subsidies zijn wel aangevraagd, maar nog niet beschikt. Projectkosten lopen alvast door. Huur, personeelsuren, voorbereidingen.

Dat geeft spanning.

We spreken regelmatig bestuurders die in maart voor het eerst echt voelen hoe afhankelijk ze zijn van toekenningen. Dat is geen zwakte. Het is de realiteit van projectfinanciering. Maar het vraagt wel om vooruitdenken.

Een goede fondsenstrategie kijkt niet alleen naar de aanvraag, maar ook naar timing, bevoorschotting en overbrugging. Zeker in deze maand.

Deadlines die druk zetten

Maart is ook de maand waarin veel organisaties merken dat ze te laat zijn begonnen.

Een fonds vraagt om een projectplan met impactmeting. Of een gemeente wil een sluitende begroting inclusief cofinanciering. Dat regel je niet in een week.

We zien vaak dat aanvragen in februari worden opgestart, terwijl het projectidee al in november speelde. Het gevolg: haastwerk. En haastwerk voelt een fonds direct aan.

Niet omdat een tekst niet mooi genoeg is, maar omdat het verhaal nog niet is uitgekristalliseerd. Een aanvraag moet kloppen in logica, samenhang en haalbaarheid. Dat vraagt tijd.

Maart confronteert organisaties met dat proces.

Maart als kansmoment

Toch is het niet alleen maar onrust. Juist deze periode kan ook iets positiefs brengen.

Maart is een goed moment om opnieuw te positioneren. Om scherp te krijgen waar je organisatie voor staat. Wat je dit jaar echt wilt realiseren. En welke fondsen daar bij passen.

We merken dat organisaties die in maart even pas op de plaats maken, later in het jaar sterker staan. Ze herschrijven hun projectplan, brengen hun impact beter in beeld en zoeken actief samenwerking. Dat betaalt zich vaak uit in hogere slagingskansen.

Soms is het beter om één ronde over te slaan en sterker terug te komen, dan geforceerd iets in te dienen.

Maart kan aanvoelen als tegenwind, maar zie het als reflectie- en een correctiemoment.

Wat kun je als stichting of gemeente doen?

Wanneer maart roert zijn staart in fondsenwerving, helpt het om drie dingen scherp te hebben:

  1. Realistische planning – begin eerder dan je denkt nodig te hebben
  2. Inzicht in cashflow – weet wanneer geld binnenkomt en uitgaat
  3. Strategische keuzes – niet elke deadline is heilig

We zien te vaak dat organisaties vooral reageren op openstaande regelingen. Terwijl succesvolle fondsenwerving juist vraagt om regie. Welke projecten passen bij onze missie? Welke fondsen sluiten daarbij aan? En hoe spreiden we risico?

Maart is geen maand om alleen brandjes te blussen. Het is een maand om structuur aan te brengen.

Rust in een beweeglijke periode

Het weer kunnen we niet sturen. Subsidierondes ook niet.

Wat we wel kunnen sturen, is voorbereiding. Een goed uitgewerkt projectplan. Een realistische begroting. Tijdig overleg met partners. En eerlijk kijken naar haalbaarheid.

Als maart dan zijn staart roert, sta je steviger.

Herken je dat jouw organisatie in deze periode zoekende is naar overzicht, of twijfel je of een aanvraag nu wel het juiste moment heeft? We denken graag met je mee over timing, strategie en onderbouwing. Via ons contactformulier kun je eenvoudig een afspraak maken:
https://www.assict.nl/contact/

Fondsenwerving & Subsidieadvies

voor stichtingen en verenigingen

ASSICT Fondsenwerving ondersteunt stichtingen, ANBI’s en verenigingen bij het realiseren van duurzame en haalbare financiering. Wij helpen maatschappelijke organisaties binnen welzijn, jeugd, zorg, cultuur, sport en buurtinitiatieven met het vinden van passende fondsen, het schrijven van sterke aanvragen en het realiseren van concrete resultaten.

Onze aanpak begint met een duidelijke analyse van jouw project, doelgroep en beoogde impact. Van daaruit onderzoeken wij geschikte fondsen en subsidies, bepalen we de juiste strategie en begeleiden we het volledige aanvraagproces – van onderbouwing tot verantwoording. Zo zorgen we voor rust, overzicht en maximale kans op toekenning.

Wat wij voor jouw organisatie kunnen betekenen

Voor wie werken wij?

Wij ondersteunen onder andere:

Samen bouwen we aan impact

ASSICT staat voor betrouwbaarheid, betrokkenheid en een professionele aanpak. Wij denken mee, structureren en begeleiden jouw project met als doel: meer impact door betere financiering.

Neem vrijblijvend contact op voor advies of ondersteuning.